__________
Vier maart.
Dat heb ik gedaan.
Met koffie en haiku’s.
Een grijze lucht trekt
over de daken.
Alsof hij zich aanpast
aan de straat.
Aan het voetpad,
aan de parkeerstrook
en aan de goot.
En ook aan de duif
op de rode schoorsteen.
Rood en grijs gaan
mooi samen.
Zo zou ik graag trouwen.
In een volgend leven.
Ik zit op het eerste verdiep.
In een borstvoedingsstoel.
Een zalige stoel.
Ook voor iemand zonder borsten.
Ik zit hier wel vaker.
Kijkend door het raam
DE STRAAT
Op de parkeerstrook
krijten kinderen een slang.
De straat om twee uur.
---
Geen vrouw die zo goed
kan gluren als de buurvrouw.
De straat om drie uur.
---
Zijn armen strekkend
helpt hij haar bij ’t parkeren.
De straat om vier uur.
---
Een blaffende hond,
hij is op komst met een vrouw.
De straat om vijf uur.
---
Een loopster kan niet
ontsnappen van haar schaduw.
De straat om zes uur.
---
Het regent blaasjes.
Auto’s staan dicht bij elkaar.
Een straatlamp is stuk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten