__________
Geen tijd.
zegt een vrouw.
Geen tijd
voor ontbijt.
Geen tijd.
zegt een man.
Geen tijd
voor verdriet.
Geen tijd.
zegt een kind.
(Ja, een kind!)
Geen tijd
voor speelgoed.
Geen nood.
zeg ik.
Geen nood
want straks
heb je wel tijd.
Tijd om ziek te zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten